bilaterals.org logo
bilaterals.org logo
   

Geopolitiek en de mondiale rooftocht der ondernemingen

Geopolitiek en de mondiale rooftocht der ondernemingen

Datum Publicatie: 27.03.2005 17:14

Auteur: Aziz Choudry

Nu de onderhandelingen in de WTO (World Trade Organisation) niet de door veel ondernemingen gewenste resultaten hebben opgeleverd, geven de VS en andere regeringen in toenemende mate, daartoe aangespoord door big business lobby’s, de voorkeur aan bilaterale vrijhandelsovereenkomsten en investeringsverdragen. Die onderhandelingen zijn door hun aard minder zichtbaar en kunnen makkelijk ontsnappen aan de aandacht van de NGOs en andere oppositiebewegingen tegen de WTO en regionale afspraken zoals de NAFTA (North American Free Trade Agreement) en de FTAA (Free Trade Area of the Americas)

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het maart-nummer van het blad Seedling van GRAIN. Daar vindt u ook meer informatie over de schrijver Aziz Choudry. De vertaling is door Tijn van Beurden.

Intellectuele eigendomsrechten en bilaterale investeringsovereenkomsten.

Nu president Bush weer voor vier jaar is gekozen, kunnen we van de VS een agressievere houding verwachten op het gebied van bilaterale vrijhandel en investeringsovereenkomsten. Deze onderhandelingen worden strategisch gebruikt en dienen niet alleen de belangen van de Amerikaanse ondernemingen maar ook de buitenlandse politiek en de geopolitieke doelen van de Amerikaanse regering. Terwijl Irak en Afghanistan worden gebombardeerd en bezet omwille van de "vrijheid" en om er de vrije markt-economie te vestigen, worden de Amerikaanse bondgenoten in de "oorlog tegen terreur" zoals Australië en Thailand beloond met beloftes over grotere toegang tot Amerikaanse markten door uitgebreide bilaterale vrijhandel en investeringsovereenkomsten. Op die manier gebruikt de VS deze overeenkomsten om duidelijk te maken welk beleid het van andere landen verwacht op economisch, militair en politiek gebied. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick verklaarde net na de aanvallen op 11 September: "Amerika moet politieke, militaire en economische vitaliteit uitstralen. Ons tegenoffensief moet het leiderschap van de VS op al deze gebieden bevorderen" [1] De inhuldigingstoespraak van George Bush in Januari 2005 [2] toont aan dat de Amerikaanse regering zichzelf nog steeds ziet als mondiaal politieagent , en de nadruk blijft liggen op militaire invloed en de economische belangen van ondernemingen, die twee blijven nauwer dan ooit met elkaar verbonden.

Intussen gaat de EU door met een reeks van bilaterale en regionale handels en investeringsinitiatieven, waaronder in het bijzonder de uitgebreide Economic Partnership Agreements (EPA’s) met de 77 African-Caribbean-Pacific (ACP) landen. De EPA’s zullen bestaande handelsregelingen met voorkeursbehandeling vervangen door "wederzijdse" regelingen. [3] De EU probeert ook de markt voordelen van de VS door een eventuele FTAA in Latijns Amerika te beantwoorden door zijn eigen transacties af te sluiten met de grote economieën van MERCOSUR. [4] Dichter bij huis, verstevigt de EU de bilaterale economische en politieke banden met het Midden Oosten en Noord Afrika, rondt het besprekingen met Syrië af en probeert nu iets uit te werken met Iran.

Maar het zijn niet alleen de VS en EU die de voorkeur geven aan bilaterale verdragen. Andere landen, van Japan tot Chili zijn ook bezig met bilaterale vrijhandel en investeringsonderhandelingen. Enkele regeringen zoals Thailand en Zuid Korea, proberen zich als regionaal "middelpunt" te positioneren voor investeringen en handel door een serie bilaterale vrijhandel en investeringsovereenkomsten met andere regeringen af te sluiten, zowel in als buiten hun eigen regio.

Regionale groeperingen zoals de FTAA, Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC),Association of South East Asia Nations (ASEAN) en South Asian Association for Regional Cooperation (SAARC) bieden een vruchtbaar potentieel voor bilaterale overeenkomsten, zelfs als de regionale processen niet veel hebben opgeleverd. Terwijl de bilaterale overeenkomsten kritiek blijven krijgen van vurige voorstanders van het multilateralisme en de WTO, zijn er geen signalen dat dit streven aan kracht verliest. Enkele van de bilaterale overeenkomsten worden gezien als een stap naar nieuwe regionale en sub-regionale overeenkomsten waarbij de VS is betrokken, zoals de Middle East Free Trade Area (MEFTA) die geacht wordt in werking te treden tegen 2013 en de Enterprise for ASEAN Initiative dat tot doel heeft een netwerk te vormen van de bilaterale overeenkomsten van de US-ASEAN.

We zullen hieronder onderzoeken hoe bilaterale investeringsverdragen (BITs) [5] en vrijhandelsovereenkomsten (FTAs) die specifieke investeringsbepalingen bevatten zowel geopolitieke als economische belangen reflecteren. We zullen ook zien hoe deze overeenkomsten helpen om de rechten en privileges van transnationale ondernemingen opnieuw te formuleren, waaronder commerciële controle over biodiversiteit door intellectuele eigendomsrechten IPR (Intelectuel Property Rights).

Maar terwijl we die overeenkomsten in detail onderzoeken, is het belangrijk het gehele beeld in oog te houden. Investeringen en intellectuele eigendomsrechten( IPR’s) hebben een raakvlak in deze overeenkomsten (omdat IPR’s behandeld worden als een vorm van investering). Veel andere onderwerpen hebben dat op dezelfde manier. IPR, diensten, landbouw, het milieu, concurrentie-beleid, etc. hebben allemaal een raakvlak en beïnvloeden elkaar in deze verdragen. Andere overeenkomsten ondergaan ook sterke invloeden die komen van o.a. de lobby van ondernemingen en kamers van koophandel, van bilaterale overeenkomsten inzake intellectuele eigendomsrechten enz.

Verder complicerende invloeden komen voort uit contracten getekend tussen regeringen en grote farmaceutische ondernemingen, bijvoorbeeld om de mogelijkheden te beperken van binnenlandse distributeurs, licentiehouders, en samenwerkingsverbanden in ontwikkelingslanden om medicijnen tegen een redelijke prijs te verkopen. [6] Intussen werken "ontwikkelingsinstellingen" zoals USAID direct met regeringen aan het herschrijven en "versterken" van de wetten met betrekking tot IPR om ze in lijn te brengen met de WTO eisen (en in veel gevallen meer dan dat) om zo tegemoet te komen aan de belangen van buitenlandse investeerders. [7]

We moeten ons bewust zijn van het spel dat zo wordt gespeeld en het voortdurende "forumshopping" dat zo kenmerkend is voor de manier waarop regeringen en ondernemingen van forum naar forum gaan, om de beste deal te zoeken, het juiste moment, of de zwakste schakel en zo andere onderhandelingen naar hun hand kunnen zetten.

IPR: de "een maat volstaat" benadering

De privatisering van informatie -inclusief genetische informatie- door het intellectuele eigendomsstelsel is cruciaal voor het hedendaags kapitalisme. En de VS en de EU delen een gemeenschappelijke agenda om bescherming van intellectuele eigendomsrechten te globaliseren door bilaterale en multilaterale middelen.

In 1980 verlegde de VS de grenzen van het handelsrecht om er het intellectuele eigendom in op te nemen en gebruikte zijn Bilaterale Investerings (BIT) stelsel om intellectuele eigendom te beschermen door het als een investeringshandeling aan te merken. BITs mogen geen uitvoerige paragrafen betreffende IPR bevatten, maar in plaats daarvan vertrouwt men op standaard bepalingen in andere overeenkomsten of op pure vaagheid. Door zijn bilaterale overeenkomsten verkrijgt de VS verbintenissen die de tekortkomingen - vanuit het gezichtspunt van de ondernemingen - van de TRIPS overeenkomst van de WTO overwinnen. [8] De EU volgt de VS. Zoals Pascal Lamy, de commissaris van handel van de EU tot eind 2004 het stelt, "Wij gebruiken vrijhandelsovereenkomsten altijd om de zaken scherper dan de WTO standaard te formuleren. Per definitie is een bilaterale overeenkomst ’WTO plus’" [9] Op deze manier zo stelt Peter Drahos, worden "golven van bilaterale overeenkomsten (beginnend in 1980) gevolgd door zo nu en dan een enkele multilaterale vaststelling van de normen (zoals TRIPS of de WIPO Copyright Treaty)". [10]

Intellectuele eigendomsbepalingen in vrijhandelsovereenkomsten gaan duidelijk verder dan TRIPS. Heel typerend beperken ze de gronden voor het gebruik van verplichte vergunningen voor medicijnen, en verlengen in feite de termijn van het medicijn octrooi van 20 jaar, met een verdere vijf jaar. Daarmee bedreigen ze de toegang tot betaalbare medicijnen, inclusief HIV/AIDS medicijnen. Verder laat deze "TRIPS-plus" benadering niet toe dat planten en dieren worden uitgezonderd van de octrooiwetten van de verdragslanden. Terwijl de TRIPs een minimum standaard voor intellectueel eigendom formuleren, wordt een door de industrie bepaalde agenda door de achterdeur opgelegd, waardoor landen met nog stringentere normen betreffende intellectueel eigendom worden opgescheept.

BITs bevatten brede definities van investeringen, die de deur wagenwijd open zetten voor ontevreden ondernemingen die in een verdragsland gevestigd zijn om een zaak voor te leggen aan een geschillen tribunaal tegen de andere verdragsregering. Niettemin verschillen de details van overeenkomst tot overeenkomst. In de Nederlands-Boliviaanse BIT [11] omvat de term "investering" ook "rechten op het gebied van intellectuele eigendom, technische processen en know-how". In de Canada-Costa Rica BIT, omvat de IPR "copyrights en aanverwante rechten, handelsmerkrechten, octrooirechten, rechten op ontwerpen van halfgeleider geïntegreerde circuits, handelsgeheim rechten, plantenkweek rechten, rechten op aanduidingen van geografische oorsprong en industriële ontwerprechten". [12]

Als de VS over een bilaterale overeenkomst onderhandelt met een ontwikkelingsland dat ook lid is van de WTO, garandeert het "meest begunstigde land" principe van de WTO -waarbij ieder voorrecht dat aan een WTO lid is verleend moet gelden voor alle anderen- dat de EU hetzelfde voordeel krijgt als de VS. Deze TRIPS-plus normen, kunnen dan met betrekking tot IPR of investering de "nieuwe minimum normen worden waarop iedere verdere WTO handelsronde zich moet baseren". [13]

Bits: verplichtingen en geschillen

Het is moeilijk het tempo en de verspreiding van de bilaterale vrijhandel en investeringsovereenkomsten bij te houden. Tegen het einde van 2002 waren er meer dan 2200 BITs. [14] UNCTAD noemt BITs op dit moment "de belangrijkste bescherming van internationale buitenlandse investeringen" [15] Anderen beschrijven de BITs als "massa vernietigingswapens" tegen nationaal en internationaal publiek recht; het "gevolg van tactieken van de mondiale economische en politieke machtscentra, voornamelijk de VS, die bestaan uit het een voor een onderhandelen met zwakke en/of corrupte regeringen die klaar staan om zich over te geven." [16]

Een agressief doel van het Amerikaanse BIT-programma is het "ondersteunen van de ontwikkeling van internationale rechtsnormen". [17] Dit is belangrijk omdat veel BITs en FTAs die door de VS en EU worden opgedrongen verwijzen naar "de hoogste internationale normen" van intellectuele eigendomsbescherming. Maar deze normen bestaan niet in het internationale recht. [18] Door de afwezigheid van elk criterium, wordt bedoeld dat de normen van de VS (en de EU) de wereld-normen zijn. Met betrekking tot biologische diversiteit -van planten tot menselijk DNA- betekent dit dat de weg wordt ingeslagen naar "geen beperkingen" op wat kan worden geoctrooieerd door ondernemingen.

De nieuwe bilaterale overeenkomsten beperken het recht van een regering om gedragsregels op te leggen aan buitenlandse investeringen, zoals overdracht van technologie. En ze bevatten bepalingen die de buitenlandse investeerder beschermen tegen "indirecte onteigening" en maatregelen "die gelijkwaardig zijn aan onteigening" waardoor een ontevreden investeerder een breed scala van mogelijkheden krijgt.

Tot dusver, zijn geschillen tussen investeerder en staat dikwijls gerelateerd aan conflicten na de privatisering van bedrijven die staatseigendom waren en publieke voorzieningen zoals water. Maar met het opnemen van intellectueel eigendom in de te algemene definities van "investering" in BITs en door de expliciete toepassing voor biodiversiteit, zal het niet lang duren voor een investeerder een geschil begint inzake IPR-aangelegenheden, of het nu een farmaceutische onderneming is, een landbouwchemische onderneming, of een biotech zaad onderneming. Een juridisch onderzoek naar de mogelijke interpretaties van BITs voor wat betreft intellectuele eigendomsaanspraken op biodiversiteit vond nogal wat "grijze gebieden" waardoor nationale maatregelen om biopiraterij te voorkomen of om publieke gezondheidszorg te bevorderen, in een geschil kunnen worden betwist. [19] Bijvoorbeeld, verplichte octrooien op medicijnen of de plicht van houders van octrooien van planten om de bronnen te publiceren, kunnen gronden worden voor legale stappen van investeerders door deze verdragen, zelfs al komt de wet van het gastland overeen met de WTO-normen.

De politiek van de VS bepaalt dat eerst een TIFA (Trade and Investment Facilitation Agreement) tot stand komt, voor de onderhandelingen over een BIT of FTA beginnen. Via de TIFAs wordt een gezamenlijke raad ingesteld die regelgeving ,die een hindernis vormt voor handel en buitenlandse investeringen bespreekt, alsmede de manieren om die weg te nemen.

Ontwikkelingslanden ruilen handelssoevereiniteit in voor nadelige economische regels als ze zich overgeven aan BITs. Zoals sommige VS academici het uitdrukken: "De verspreiding van BITs wordt voor een groot deel veroorzaakt door de competitie met geloofwaardige bescherming van eigendomsrechten die directe investeerders eisen". [20] BITs vormen geloofwaardige verplichtingen, want ze geven een betekenisvol signaal aan investeerders. Schending of beschuldiging van schending van een verdrag zou serieuze schade kunnen betekenen voor de reputatie en de buitenlandse belangen van een regering. Maar de kosten van conformeren zijn hoog: "regeringen stemmen er mee in dat ze het gebruik van een breed scala van politieke instrumenten opgeven (belasting, regulering, monetair beleid, en kapitaal restricties) die ze legitiem hadden willen gebruiken voor binnenlandse beleid, voor sociale en economische doelen". [21]

In veel BITs kan een geschil dat niet onderling kan worden opgelost en waarvoor geen procedures zijn overeengekomen binnen een bepaalde periode, aan de ICSID (World Bank’s International Centre for Settlement of Investment Disputes) [22] of aan de UNCITRAL (UN Commission on International Trade Law) worden voorgelegd. [23] NAFTA laat ontevreden investeerders kiezen tussen de twee. Beide mogelijkheden vertegenwoordigen de privatisering van handelsrecht.

In een toespraak voor de Inter-American Development Bank, beweerde de Amerikaanse advocaat William Rogers in oktober 2000 dat investeringsverdragen een "openlijke uitnodiging zijn voor ontevreden investeerders, die worden verleid om te klagen dat een financiële of zakelijke mislukking te wijten was aan onjuiste regelgeving, misplaatste macro-economische politiek, of discriminerende behandeling door de gast regering en blij zijn met de mogelijkheid om de nationale regering te dreigen met een vervelende dure arbitrage". [24] Het bestaan van zulke overeenkomsten alleen al, heeft waarschijnlijk een ontmoedigende uitwerking op regeringen die nieuwe wetgeving of wijzigingen van de wetgeving overwegen.

Tiranniseren, macht en misbruik.

Een zaak die de balans aan de onderhandelingstafel verstoort, is onderhandelingsmoeheid. Dat geldt speciaal voor kleinere of armere regeringen in besprekingen met machtige landen zoals de VS. Technische, ingewikkelde en geheimzinnige juridische onderhandelingen leggen zeker als een regering tegelijkertijd werkt op een aantal verschillende niveaus, een enorme druk op slecht toegeruste ambtenaren en ministeries, die dikwijls niet beschikken over bronnen van kritische analyses over de transacties. Het onderhandelingsvermogen van een land aantasten door verspreiding van de capaciteit kan een onderhandelingstactiek van de VS en EU zijn, in ieder geval wordt zo eerder instemming dan betwisting bevorderd.

Door een incompleet netwerk over de wereld te creëren van bilaterale besprekingen, worden geschilpunten, sectoren en landen tegen elkaar uitgespeeld. Het streven van de VS en EU naar bilaterale onderhandelingen is dus een voorbeeld van de klassieke verdeel en heers tactiek, een strategie van verzwakking van de huidige of potentiële weerstand tegen de EU/VS opvattingen zoals die naar voren komen in de WTO of andere plaatsen.

Bijvoorbeeld, de VS staat erop dat intellectuele eigendomswetten en nog aanwezige investeringsgeschillen eerst uitgezocht worden voordat de BIT onderhandelingen beginnen. Voortgang van een VS-Pakistan bilateraal investeringsverdrag wordt door de VS opgehouden, tot "de invoering en betere naleving van de IPR en investeringsgeschillen zijn opgelost, vooral in de energiesector." [25]

En erger nog, in het concept BIT van de VS-Pakistan heeft de VS aangedrongen dat Pakistan Amerikaanse ondernemingen schadeloos stelt voor hun toekomstige investeringen in geval van inbreuk op de IPR en eenzijdige annulering van octrooien. Volgens een ambtenaar van het Pakistaanse ministerie van Justitie houden de Amerikaanse onderhandelaars vol dat als Islamabad niet onmiddellijk compensatie betaalt aan benadeelde Amerikaanse ondernemingen, de ICSID van de Wereld Bank de compensatie zal betalen en het bedrag als een lening van Pakistan zal behandelen. [26]

Op dezelfde manier is het ongenoegen over de Taiwanese schendingen van intellectueel eigendomsrecht ook een belemmering voor het starten van onderhandelingen over een VS-Taiwan FTA. [27] Maar in het geval van Pakistan en Taiwan, is er ook het besef dat, ondanks de druk inzake de beweerde schendingen van intellectueel eigendomsrecht, bredere belangen van de VS op het gebied van de buitenlandse politiek uiteindelijk wel de doorslag zouden kunnen geven voor het tekenen van de FTAs of BITs met deze landen.

Een golf van liberaliseringen

De VS gebruiken bilaterale en sub-regionale vrijhandel en investeringsovereenkomsten om strakkere normen vast te stellen voor toekomstige handel en investeringsverdragen. De VS willen maximale concessies van ontwikkelingslanden, om het moeilijker te maken voor regeringen, zich tegen de Amerikaans eisen te verzetten in de WTO. Als eenmaal een aantal landen gebonden zijn aan strakkere handel en investeringsregels door een bilaterale overeenkomst, zal het moeilijker zijn om een eensgezinde oppositie tegen de Amerikaanse voorstellen te voeren, zoals tijdens de WTO ministersbijeenkomst in september 2003 in Cancén, die mede door Brazilië werd geleid. Wat voor invloed zullen deze bilaterale overeenkomsten hebben op de oppositie tegen de introductie van "nieuwe zaken" zoals investeringen in de WTO, of op kritische opstellingen met betrekking tot de implementatie en herziening van de TRIPS overeenkomst?

Patrick Cronin, senior vice-president van het in Washington gevestigde Centrum voor Strategische en Internationale Studies vertelde de Japanse krant Yomiuri: "Met de tegenslag voor de WTO hervormingen te Cancún, is de (Bush) regering nu als een laser straal gericht op regionale en vooral bilaterale handelsakkoorden." [28] Zoellick heeft de WTO leden opgedeeld in "can-do" en "won’t-do" [29] landen, zij die serieus zijn over handelsliberalisatie en zij die dat niet zijn. Direct na Cancún kondigde hij heel scherp aan, dat de VS doorgaat met vrijhandel en investeringsverdragen met "can-do" landen op een sub-regionale of bilaterale basis. Eerder dat jaar had Zoellick verklaard dat "Door meerdere vrijhandelsinitiatieven na te streven de VS een competitie voor liberalisering creëert die de macht verschaft voor openheid in alle onderhandelingen en succesmodellen vormt die op veel manieren kunnen worden gebruikt, en een frisse politieke dynamiek ontwikkelt die vrijhandel in het offensief plaatst." [30] In Noord en Zuid-Amerika verschaft de lasergeleide liberaliseringpolitiek de VS de mogelijkheid om enkele landen af te zonderen en zo de mogelijkheden te beperken voor allianties zoals de G 21 om zich te verweren tegen het tirannieke gedrag van de VS en de dubbele normen bij de WTO. Veel lobby’s van ondernemingen in de VS willen bilaterale overeenkomsten met Latijns Amerikaanse landen zoals Chili, want ze voelen dat ze export- en investeringsmogelijkheden missen in de regio door de EU en Canada, die al belastingvrije toegang hebben verzekerd voor veel goederen door bilaterale handelsovereenkomsten.

Ondernemingen verhogen de druk

De coalities van ondernemingen, de grootste drijfveer achter de vrijhandel en investeringsverdragen, zijn vrij open over hun eigenbelang en begerig om hun aandeel te blijven verhogen. In een brief ter ondersteuning van het vrijhandeslakkoord tussen de VS en Chili, verklaart de Internationale Intellectuele Eigendom Alliantie dat de overeenkomst "stoelt op de normen die nu in gebruik zijn bij de WTO-TRIPS Overeenkomst en in de NAFTA, met het doel om die normen te moderniseren en te verhelderen en niet alleen rekening te houden met de ervaringen sinds die overeenkomsten in werking traden, maar ook met de belangrijke en snelle technologische en juridische ontwikkelingen sindsdien." [31]

Het rapport van de US ITAC-15 (Industry Trade Advisory Committee on Intellectual Property Rights) over het vrijheandelsverdrag (FTA) tussen de VS en Bahrein, verklaart: "Ons doel in de FTA-onderhandelingen is een nieuwe basislijn op te zetten voor alle andere FTAs, inclusief de FTAA. Deze basislijn komt voortdurend tot uiting in het model van de FTA overeenkomsten, die voortdurend veranderen door wat wij leren tijdens de onderhandelingen van iedere FTA afzonderlijk." [32]

De industrie eist extreem veel van de BITs en FTAs. Ondernemingen eisen zonder uitzondering, volledige nationale behandeling op het terrein van de intellectuele eigendomsrechten [33] en dringen aan op extreme octrooi-eisen. Het vrijhandelsverdrag tussen de VS en Marokko voorziet al in het octrooieren van dieren en planten en die tussen de VS en Singapore vereist het octrooieren van transgenetische planten en dieren. Terwijl de ITAC intussen "van de Amerikaanse onderhandelaars eist dat ze volhouden dat in alle toekomstige FTAs octrooi bescherming tot stand komt voor planten en dieren." [34]

Bilaterale overeenkomsten worden door de agrarische biotechnologie industrie gezien als een belangrijk middel om genetisch gemodificeerde organismes over de wereld te verspreiden. (Zie kadertje **) Ondernemingen kijken naar bilaterale en regionale handelsovereenkomsten "om het begrip en de acceptatie van Amerikaanse regelgeving en normen te vergroten, in het bijzonder met betrekking tot de agrarische biotechnologie." Het voorbeeld van Thailand illustreert dat handelsorganisaties gelijk hebben als ze beweren dat "vrijhandelsovereenkomsten als een belangrijk middel kunnen dienen om de VS belangen rond de wereld te kunnen dienen op het gebied van agrarische biotechnologie." [35]

Bilaterale overeenkomsten als onderdeel van buitenlandse politiek.

Ondanks de belangen van ondernemingen die zich schuil houden achter ieder vrijhandel en investeringsverdrag, is het in veel gevallen duidelijk dat de belangen van de buitenlandse politiek de economische belangen overtreffen, zeker als het gaat om grote economieën waarmee de VS en EU onderhandelden. Soms is het moeilijk die belangen te onderscheiden, vooral door de draaideur die bestaat tussen de VS ondernemingen en de publieke sector, met name op het gebied van handel en investeringspolitiek.

Vroege bilaterale overeenkomsten met Israël (1985) en Jordanië (2001) hadden meer te maken met de bredere Amerikaanse buitenlandse politieke belangen in het Midden Oosten dan met de economische belangen. [36] Dat is ook nu van toepassing. Toen hij het begin van de besprekingen over een bilaterale overeenkomst tussen de VS en Pakistan in september 2004 aankondigde, verklaarde Zoellick: "Pakistan en de Verenigde Staten zijn partners in de bestrijding van het terrorisme op de wereld. Een BIT gebaseerd op de hoogste normen in ons model, kan een belangrijke rol spelen in het versterken van de economie van Pakistan, zodat we nieuwe mogelijkheden creëren voor exporteurs en investeerders in beide economieën en helpen de economische voorwaarden te realiseren om het terrorisme te bestrijden." [37]

Op dezelfde manier beweerde Zoellick in maart 2004, dat de bilaterale TIFA met de Verenigde Arabische Emiraten, "de verhouding tussen onze twee landen op economisch vlak verstevigt en een aanvulling betekent op onze sterke band in het gevecht tegen het terrorisme." [38] Bij het verdedigen van een TIFA met Qatar beweerde Zoellick dat "Qatar een waardevolle rol speelde door als gastheer op te treden voor en het mogelijk maken van de Doha onderhandelingen, die open markten en economische ontwikkeling aanmoedigen. Verder was Qatar een standvastige vriend van de VS in de oorlog tegen het terrorisme, en ik ben blij dat we er aan werken om onze vriendschap op economisch terrein uit te breiden." [39]
De EU gebruikt handelspolitiek voor hetzelfde doel. Het onlangs afgesloten vrijhandelsverdrag met Syrië struikelde een tijdlang over de eis van de EU om een clausule inzake "massa vernietingswapens" op te nemen. [40] De EU heeft zo ook het uranium verrijkingsprogramma van Iran tijdelijke weten te stoppen, door die stop als voorwaarde voor hernieuwde FTA besprekingen te stellen. [41]

De vermenging van economische en politieke belangen, het gepraat over het gevecht tegen het terrorisme en bevordering van democratie die de huidige golf van bilaterale handel en investeringsverdragen begeleiden, maken duidelijk dat neoliberalisme [42] en de brute macht van het imperialisme hand in hand de 21e eeuw ingaan.

Kadertje (**): VS tegen Thailand: "Zonder Gentech, geen FTA"

Onder druk van boeren- en consumenten organisaties heeft de regering van Thailand in 1999 de import verboden van genetisch gemodificeerd (GM) zaad voor commerciële aanplant. In april 2001 werden ook GM experimenten op open veld niet meer toegestaan, inclusief de lopende experimenten van Monsanto op het gebied van katoen en maïs. Maar de VS was niet van plan om het land daarmee zo makkelijk weg te laten komen. Monsanto ziet Thailand als "een belangrijke toegangspoort om de groeiende Zuidoost Aziatische markt te bedienen met conventionele en agrarische biotech gewassen." In november 2003 kondigde Monsanto aan dat het in 2006 in Thailand zijn regionale basis voor GM RoundUp-Ready maïs en Bt maïs wilde vestigen en drong er bij de regering op aan het verbod op te heffen. Zoellick bemoeide er zich direct mee en verzocht Thailand om een opheffing van "de ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen die de nieuwe Amerikaanse technologieën benadelen." Monsanto drong er bij de Amerikaanse onderhandelaars met betrekking tot handel op aan om "tijdens de FTA onderhandelingen" te bewerkstelligen, dat Thailand zijn moratorium op grootschalige open veld proeven van GM gewassen zou opheffen. Monsanto verklaarde dat " het in het kader van vrijhandel (...) noodzakelijk is dat de VS met Thailand samenwerkt om de huidige belemmeringen voor biotechnologie weg te werken en een wetenschappelijk reguleringsysteem op te zetten -inclusief open veld proeven- overeenkomstig de internationale handelsverplichtingen, om zo de voordelen van deze producten naar de markt in Thailand te brengen en om verder de toegang tot de Amerikaanse agrarische biotechnologie en producten te bevorderen." De druk had effect. Zelfs voordat een FTA was getekend kondigde de Thaise eerste minister Thaksin Shinawatra aan dat het zijn bedoeling was om het moratorium in te trekken. Terwijl hij en zijn kabinet gedwongen waren om het moratorium in stand te houden na de protesten van Thaise boeren, Boeddhistische organisaties, consumenten en anti-GM activisten, houden functionarissen van de VS en Monsanto het moratorium nog steeds op de agenda in het kader van de FTA gesprekken.

Pogingen om de Thaise geurige jasmijn rijst te octrooieren wekte woede en een sterke tegenstand op van boeren en anderen die bezorgd waren om het schijnbare gemak waarmee de Thaise biodiversiteit en traditionele kennis door anderen wordt toegeëigend. Het vrijhandelsverdrag met Thailand zou Thailand verplichten om octrooien op dieren en planten toe te laten en daardoor verdere biopiraterij door Amerikaanse ondernemingen en onderzoekers vergemakkelijken. (Zie voor bronnen kadertje het originele artikel)
Notas:

[1Washington Post 20 Sept. 2001

[3Voor EPAs zie www.epawatch.org

[4Argentinië, Brazilië, Paraguay, en Uruguay.

[5BITs (Bilateral Investment Treaties) zijn instrumenten die de voorwaarden regelen van binnenkomst, behandeling, bescherming en vertrek van investeringen tussen twee landen.

[6Ruth Okdiji, South Centre, 30 aug. 2003

[7Anne Aarnes, waarnemend directeur van USAID, Cairo 7 juli 2002.

[8De TRIPS (Trade Related Intellectual Property Rights Agreement) van de WTO verplichten alle WTO leden tot het invoeren van octrooien voor alle vormen van technologie, inbegrepen biotechnologie.

[9Lamy, Jakarta Post 9 september 2004.

[10"The Role of FTAs" www.grain.org/rights/?id=28

[11Deze overeenkomst is de basis voor het geschil tussen investeerder en staat waarbij Bechtel/Aguas is betrokken na het ongedaan maken van de privatisering van Cochabamba’s drinkwatervoorziening.

[12www.sice.oas.org/cancos-e.asp] ] In het vrijhandelsverdrag tussen Marokko en de VS wordt "investering" omschreven als "ieder goed dat een investeerder bezit of controleert, direct of indirect, dat de kenmerken heeft van een investering, inclusief kenmerken zoals de aangegane verplichtingen van kapitaal of andere middelen, de verwachting van voordeel of winst, of het vermoeden van risico". [[Tekst van de VS-Marokkaanse Vrijhandelsovereenkomst.

[13Peter Drahos "The Future of Trips at the WTO" Grain, Augustus 2004.

[14UNCTAD, Making Investment work for Development, 2004.

[15UNCTAD website.

[16United Nations Economic and Social Council, Commission on Human Rights, 54e zitting.

[17US Bilateral Investment Treaty Program.

[18Zie Organisation for Economic Cooperation and Development, Regionalism and the Multilateral Trading System, Paris 2003.

[19Carlos Correa, Grain augustus 2004.

[20Zachary Elkins "Competing for Capital" Augustus 2004.

[21Idem

[24William Rogers, 26-27 oktober 2000

[25Shaukat Piracha, Daily Times, Lahore, 3 september 2004.

[26Khalid Mustafa, Daily Times, Lahore, 3 februari 2005

[27Nicholas Lardy en Daniel Rosen, "US-Taiwan Free Trade Agreement Prospects", Washington,april 2004.

[28Daily Yomiuri (Japan) 1 januari 2004.

[29Robert Zoellick, Financial Times, Londen, 22 september 2003.

[30Robert Zoellick US Senate, 5 maart 2003.

[32www.ustr.gov/Trade 14 Juli 2004

[35Brief aan Robert Zoellick op 21 mei 2003 van 7 voedsel en agrarische associaties. www.soygrowers.com

[36Howard Rosen, "Free Trade Agreements as Foreign Policy Tools", Washington 2004.

[37USTR Press statement, 28 september 2004.

[38USTR Press statement, 15 maart 2004.

[39USTR Press statement, 19 maart 2004.

[40Lin Noueihed, Reuters, 28 augustus 2004.

[41Dillip Hiro, Mother Jones, 8 november 2004.

[42De term "neoliberalisme" beschrijft de ideologie en strategie achter de vrije markt-politiek en economische "globalisering". Het is een voorstander van totale vrijheid van beweging van kapitaal, goederen en diensten, ziet alles als een handelsobject en beweert dat de markt moet regeren, vrij van regeringsinvloeden.


 Fuente: Global Info